Zelfacceptatie en het onder ogen komen van je gevoelens is de eerste stap in transitie. Als je geen vrede hebt met het feit dat je aan genderdysforie lijdt zal je transitie moeilijker verlopen.
Het gebeurt helaas vaak dat genderdysforen vreemd worden aangekeken of zelfs vervelend worden behandelt omdat ze zich anders gedragen dan wat de maatschappij als normaal gedrag ziet voor een jongen of een meisje. Dit geeft veel genderdysforen het gevoel dat ze fout zijn, dat ze gek zijn en sommige krijgen een hekel aan zichzelf. Anderen doen veel moeite om toch zo veel mogelijk als een man of vrouw te gedragen. Sommige genderdysfore meiden die in de kast blijven, gaan dan bijvoorbeeld “mannelijke” hobbies en sporten doen, ze trouwen en krijgen kinderen. Precies wat de maatschappij van ze verwacht.
Het is belangrijk om te onthouden dat je niet gek bent. Je bent niet raar, je bent niet zondig. Je bent simpelweg een van de vele variaties die de natuur ons heeft gegeven. Het probleem ligt niet bij jou maar bij de andere mensen die de natuur niet kunnen accepteren.
Als genderdysforen uit de kast komen hebben ze vaak vragen als “waarom heb ik zo lang gewacht?” of “maakt dit me echt gelukkiger?”. Als je voorzichtig je identiteit begint te ervaren, kunnen de gevoelens heel wisselend zijn. Het kan heel bevrijdend voelen maar je kunt ook nare reacties krijgen. Hierdoor wordt het zelfvertrouwen van sommige genderdysforen minder, maar het ergste is als je slecht commentaar op jezelf geeft.
Daarom is zelfacceptatie zo belangrijk: Jij moet je goed voelen met wat je doet, dat kan niemand anders voor je doen. Er zijn veel manieren om jezelf te leren accepteren. Je kunt praten met een (gender)psychologe of naar een gespreksgroep met andere genderdysforen gaan. Misschien kun je het ook helemaal zelf. Hoe dan ook, met zelfacceptatie kun je veel vervelende gevoelens al kwijt raken.